De mondelinge overeenkomst; rechtsgeldigheid en bewijskracht

Voor de totstandkoming van een overeenkomst zijn op grond van art. 6:217 BW twee vereisten: aanbod en aanvaarding. Tenzij de wet anders bepaalt, is de manier waarop deze vereisten plaatsvinden vormvrij. Een mondelinge overeenkomst is dus net zo rechtsgeldig als een schriftelijke overeenkomst. Mondelinge overeenkomsten worden dagelijks gemaakt, denk aan het bestellen van een drankje op het terras of een afspraak om samen te sporten.

Op het moment dat partijen in gesprek raken waarbij de ene partij voorstelt om voor 5.000 euro computers te leveren en de andere partij hiermee akkoord gaat, is er in principe dus een rechtsgeldige overeenkomst totstandgekomen. De problemen bij dergelijke mondelinge overeenkomsten zitten vaak niet in de rechtsgeldigheid van de overeenkomst, maar in de bewijskracht. De overeenkomst is immers nergens vastgelegd. Hoe zit het met deze bewijskracht bij een mondelinge overeenkomst?

Wie moet wat bewijzen?

Indien de wederpartij het bestaan van de mondelinge overeenkomst betwist wil je dat de afspraken die je hebt gemaakt gerechtelijk afdwingbaar zijn. De leverancier zal bij de rechter stellen dat er een koopovereenkomst is gesloten. Uitgangspunt in de bewijslastverdeling is dat diegene die iets stelt dit moet bewijzen. De leverancier moet dus het bestaan en de inhoud van de overeenkomst kunnen bewijzen.

Dit is bij een mondelinge overeenkomst natuurlijk nog een hele opgave. Wellicht dat de leverancier een getuige heeft of facturen die het bestaan van de overeenkomst bewijzen. Door zoveel mogelijk bewijsmiddelen aan te dragen kan de leverancier aannemelijk maken dat er een mondelinge overeenkomst is gesloten.

De wet kent veel vrijheid toe aan de bewijsmiddelen die hierbij kunnen worden gebruikt. Het is echter aan de rechter om de waarde van deze bewijsmiddelen te beoordelen.

Partijbedoelingen

Probleem bij de mondelinge overeenkomst is vaak dat partijen niet overal aan hebben gedacht. Hoe zit het bijvoorbeeld als een partij de overeenkomst niet (op tijd) nakomt? Binnen welk termijn moeten de verplichtingen uit de overeenkomst zijn nagekomen? Partijen hebben daarnaast niet altijd dezelfde bedoelingen bij de afspraken die ze maken.

Zo kan de koper van de computers een ander beeld hebben van de wederzijdse verplichtingen dan de leverancier. Hij kan verwachten dat de opdrachtnemer computers levert van een bepaald type of met of met bepaalde software, terwijl de leverancier deze verwachtingen niet deelt. Wellicht dat het leveren van de computers met de software voor hem niet eens rendabel is en hij de overeenkomst dan nooit zou hebben gesloten.

De problemen die hierdoor ontstaan uiten zich pas bij de levering, wie heeft er dan gelijk? De rechter zal dan aan de hand van de Haviltex-maatstaf uitleggen wat partijen redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten bij het sluiten van de overeenkomst. Dit pakt voor één partij vaak nadelig uit.

Door in een schriftelijke overeenkomst de intenties van partijen helder neer te leggen worden deze problemen voorkomen. Het bestaan van de overeenkomst kan dan niet worden betwist en een conflict over de bedoelingen van partijen wordt voorkomen.

Conclusie

De wijze waarop partijen een overeenkomst sluiten is vormvrij. Ook een mondelinge overeenkomst is rechtsgeldig. Het probleem van de mondelinge overeenkomst zit echter niet in de rechtsgeldigheid maar in de bewijskracht.

Het is lastig om het bestaan en vooral ook de inhoud van een mondelinge overeenkomst aannemelijk te maken. Hierbij speelt ook dat de intenties van partijen bij het sluiten van de overeenkomst vaak niet overeenkomen.

Wanneer er veel belangen zijn gemoeid bij de overeenkomst is het dan ook aan te raden om dit schriftelijk te sluiten. Toch een mondelinge overeenkomst gesloten? Probeer dan achteraf de overeenkomst alsnog schriftelijk te bevestigen.


Koen Kersten

Na het afronden van de bachelor Nederlands recht aan de Radboud Universiteit volg ik op het moment de master Burgerlijk recht. Mijn interesses hierbij liggen vooral binnen het contractenrecht. Naast de studie werk ik enkele dagen per week in de praktijk waarbij ik huurders adviseer en bijsta in procedures.

Deel dit artikel

Share on facebook
Deel op Facebook
Share on twitter
Deel op Twitter
Share on linkedin
Deel op LinkedIn
Share on whatsapp
Deel via WhatsApp